"Dat had ik als 16-jarige nooit druven dromen": Internationale projecten geven zuurstof aan LEJO en hun jongeren

Jongeren die geen onderwijs volgen begeleiden, activiteiten voor tienerouders ondersteunen, teams coachen, een beleid uitstippelen en de eerste internationale projecten opzetten. Marieke (45) doorzwom in haar 12-jarige loopbaan bij LEJO al heel wat watertjes.

Op een kamp van TEENS, de tienerouderwerking, kruiste haar pad met dat van Jolien (28). Intussen heeft ook Jolien een heel traject afgelegd. Omdat ze maar niet genoeg kon krijgen van LEJO, besloot ze captain van de werking voor tienerouders te worden, werd ze vrijwilliger en loopt ze er op dit moment stage. 

Als het praten moeilijk ging, dan dansten we. Die momenten vergeet ik nooit meer.

Marieke en Jolien van LEJO

Het wordt al snel duidelijk dat zowel LEJO als onze gesprekspartners niet in één hokje te stoppen zijn. We nestelen ons in de zetel in hun gezellig lokaal vol jeugdwerkvibes in Gent en maken ons klaar voor een rondreis door de wereld van LEJO.

Wat doet LEJO eigenlijk allemaal?

Marieke: “LEJO zet jongeren in hun kracht. Als medewerkers en ondersteuners staan we naast de jongeren en niet erboven. We praten niet over, maar mét hen. Gelijkwaardigheid en gelijkheid zijn onze stokpaardjes. Iedere stem mag gehoord worden. Onze jongeren worden bijvoorbeeld mee uitgenodigd voor de algemene vergadering."

Jolien: “Dat is écht zo. Bij LEJO luisteren ze naar je. De begeleiders maken tijd en zoeken naar wat je nodig hebt. Zo wou ik na een tijdje geen afscheid nemen van de tienerouderkampen. Ik werd aangemoedigd om de rol van captain op te nemen: een begeleidersrol met ruimte om fouten te maken. Zo groeide ik door naar hoofdanimator. Vorig jaar trok ik zelfs naar Kroatië om een internationale uitwisseling op poten te zetten. Dat had ik als 16-jarige nooit durven dromen.”

Marieke: “We merkten de nood aan jeugdwerking voor 18-plussers. Jongeren die in een voorziening leven, worden plots losgelaten op hun 18 jaar. LEJO vormt vaak een brug voor jongeren, op het kruispunt met jeugdzorg.”

Welke rol speelt mentaal welzijn in jullie visie en werking?

Marieke:Mentaal welzijn is een rode draad in de hele werking. Elke vergadering of bijeenkomst start met een cirkel. Aan de hand van enkele vragen doen we een check-in. Iedereen komt aan bod en krijgt de tijd om te delen. Zo creëren we ruimte voor verbinding.

Jolien: “Iedereen vertelt wat die zelf wil vertellen en niemand wordt overgeslagen. In zo’n cirkels worden geregeld ruzies uitgepraat. Op kampen is het een vast ritueel, daardoor voelt het vertrouwd en veilig aan.”

Marieke: “We investeren ook in coaching en vertrouwenspersonen, zowel voor vrijwilligers als voor personeel en jongeren. Een warm welkom voor nieuwelingen is een allereerste stap om van LEJO een veilige plek te maken. We gaan samen met de jongeren op pad en luisteren, waardoor het vertrouwen groeit. We hebben inmiddels verschillende collega’s die hier ooit zelf als jongere kwamen piepen. We durven te denken dat een fijne en open sfeer daaraan bijgedragen heeft.”

Jolien: “Als je binnenwandelt voel je die sfeer meteen. Gaat het even wat minder? Dan kan je gerust apart een wandeling maken met een medewerker waarmee jij een klik hebt.”
 

De pandemie heeft een groot effect gehad op iedereen. Hoe gingen jullie daar mee om?

Marieke: “Enkele jaren geleden maakte LEJO geleidelijk aan de overstap naar een wendbare structuur. Dat gaf ademruimte aan de organisatie: we switchen vlotter in rollen en projecten, waardoor we flexibel kunnen inspelen op noden van het moment.
Tijdens de pandemie kregen we veel vragen binnen van jongeren die worstelden en kinderen die de muren opliepen of zelfs geen eten meer hadden. Onze nieuwe structuur kwam meteen van pas. 

We schakelden snel: mobiele teams schoten in actie met knutsel- en voedselpakketten, we verzonnen activiteiten op afstand… Tegelijkertijd was ‘mildheid’ onze lijfspreuk doorheen die hele periode. We doen wat we kunnen, maar we blijven mild voor onszelf en anderen.”

Jolien: “Ik vond het fantastisch wat ze allemaal in elkaar boksten! Zo kwam Jordi, een van de medewerkers, met de fiets aan huis om een babbeltje te slaan tijdens het ‘stoepbezoek’. Of ze vonden de corona-beat-game uit: elke dag een coole opdracht uitvoeren om samen die moeilijke tijd te overbruggen. Kleine dingen, die enorm deugd deden.”
 

LEJO zette enkele jaren geleden de eerste stappen naar internationaal jeugdwerk. Hoe begin je aan zo’n avontuur?

Marieke: “Door de wendbare structuur kwam er ruimte om te dromen. Toen popte het idee op om internationaal werk in te bedden in onze werking. Ik had zelf net een boeiende internationale training achter de rug. Het kriebelde om vanuit LEJO ook zoiets op te zetten. We organiseerden zelf een mobiliteit van jeugdwerkers. Na die vorming voelden we dat onze organisatie echt iets te vertellen heeft. We wilden onze ervaring en expertise uitdragen over de grenzen heen. Vanaf dan ging het snel. We schreven een Europees vrijwilligersproject uit en behaalden ons Kwaliteitslabel. In 2021 mochten we de eerste internationale vrijwilligers ontvangen en ondertussen organiseren we ook groepsuitwisselingen.”
 

En wat was jouw eerste internationale ervaring, Jolien?

Jolien: “De eerste groepsuitwisseling voor tienerouders organiseerde ik samen met Marieke. Het plan was om in Kroatië uit te wisselen met een lokale groep en met tienerouders uit Oekraïne. We gingen op voorbereidend bezoek, een grote meerwaarde. We waren met twee tienermama’s mee en onze blik kwam goed van pas. Het openbaar vervoer testten we bijvoorbeeld grondig uit. Nam jij ooit al eens de bus in een ander land met meer dan 10 kinderen en een pak valiezen?” (lacht)

Welke meerwaarde heeft internationale samenwerking volgens jullie?

Marieke: “Telkens ik deelneem aan een vorming of groepsuitwisseling zet het mijn blik open. Zo zijn Zuid-Europeanen vaak veel relaxter in alles. Dat zet de snelheid waarmee wij in België alles doen in perspectief. Ook besefte ik dat onze tienerouderwerking uniek is. Een internationale uitwisseling is soms een bevestiging dat we goed bezig zijn. Dat mag ook wel eens gezegd worden.” (lacht)

Jolien: “Ik ben vooral heel trots op onze verwezenlijkingen in Kroatië. Door onverwachte omstandigheden moesten we er vaak last minute schakelen. In het begin vond ik het ook best moeilijk om in gesprek te gaan met een groep die ik niet kende en die niet dezelfde taal sprak. Maar eens je het eerste contact maakt, gaat dat eigenlijk vanzelf. Dan konden we genieten van de tijd samen. Muziek zorgde voor verbinding. Als het praten moeilijk ging, dan dansten we. De Oekraïense meisjes waren vaak aan het zingen tussendoor. Die momenten vergeet ik nooit meer.”
 

Wat kan internationaal jeugdwerk betekenen in het mentaal welbevinden van de jongeren waarmee LEJO werkt?

Jolien: “De internationale projecten maken ons sterker. Je botst op situaties en je moet je eigen weg zoeken. Dankzij de ondersteuning van LEJO durfden we proberen – ook al was dat soms simpelweg een paspoort in orde brengen. Daardoor groei je en krijg je meer zelfvertrouwen.”

Marieke: “Dat is een mooi voorbeeld van ervaringsgericht leren. Al die ervaringen neem je mee in de rest van je leven. Een van de mama’s durfde bijvoorbeeld na de groepsuitwisseling alleen met haar kinderen op weekend te gaan. Dat vind ik fantastisch. Deelnemers hebben oprecht deugd van een internationale ervaring. Je leert zoveel bij, zowel op persoonlijk vlak als op werkvlak.”
 

Welke tips zou je aan andere organisaties geven die internationaal willen gaan?

Jolien: “Je goed voorbereiden is essentieel! Probeer op voorhand op verkenning te gaan. Op het moment zelf zijn er al genoeg onverwachte situaties om flexibel mee om te springen.”

Marieke: “En onderschat de administratie niet. Zoek naar ondersteuning. Ga bijvoorbeeld aankloppen bij JINT! En als je met jongeren op uitwisseling gaat, betrek hen dan echt: zowel voor, tijdens als na het internationaal avontuur. Dat kan pittig zijn, maar het is zo’n grote meerwaarde voor je project.”
 

Hoe ziet de internationale toekomst van LEJO eruit?

We kunnen met LEJO kennis delen, maar ook nog veel van andere organisaties leren. Internationaal werken is tweerichtingsverkeer.
Marieke

Marieke: “Op dit moment zijn we op drie internationale vlakken actief. We ontvangen een Europese vrijwilliger via het European Solidarity Corps en zenden er zelf twee uit. We organiseren groepsuitwisselingen, eentje in samenwerking met Tumult naar Libanon en eentje naar Italië. En samen met Kamaleonte organiseren we vormingen. We leerden hen kennen via een vorming en hebben nu een partnerschap van vijf jaar. Internationaal netwerken werpt dus z’n vruchten af!

“En als ik mag dromen: het zou super zijn als internationale samenwerking een volwaardige pijler wordt binnen onze organisatie. Wij kunnen kennis delen, maar ook nog veel van andere organisaties leren. Internationaal werken is tweerichtingsverkeer. Als we als organisatie blijven groeien, wordt zo de stem van onze gasten ook internationaal meer gehoord. Zodat er niet enkel over jongeren gepraat wordt, maar oprecht mét hen.”

En heb jij nog internationale dromen, Jolien?

Jolien: “Op dit moment ga ik volop voor mijn stage, maar de goesting is er zeker. Naar waar ik ga maakt me niet uit, zolang het een uitdagende ervaring is waar ik uit mijn comfortzone gehaald wordt en blijf leren. Daar ben ik altijd voor te vinden!”  


LEJO: Leren door Ervaringen voor JOngeren

LEJO maakt jongeren sterker binnen de samenleving én versterkt de samenleving om structureel te veranderen op maat van jongeren. LEJO is actief binnen onderwijs en jeugd(welzijns)werk en geeft vormingen aan jongeren en begeleiders.


Tekst: Emma Van Ooteghem en Rozanne Kempynck
Beeld: Johannes De Bruycker en LEJO

Dit artikel verscheen in de 9e editie van het SCOOP-magazine.

Lees verder