Spelen in én met publieke ruimte
Ruimte staat onder druk. Wie mag wanneer gebruik maken van de beschikbare ruimte? Het is een vraagstuk dat de laatste jaren steeds hoger op de agenda komt te staan. En welke ruimte rest er nog voor kinderen en jongeren? Het Kleinschalig jeugdpartnerschap 'PLAYces' van de Vlaamse Dienst Speelpleinwerk (VDS), De Ambrassade en hun Nederlandse partner Jantje Beton zocht naar antwoorden én oplossingen.
We willen alle actoren bij een ruimtelijk proces overtuigen van de meerwaarde van kinder- en jongerenparticipatie.
Hoe betrek je kinderen en jongeren bij het vormgeven van publieke ruimte? PLAYces resulteerde in een inspiratiegids met goede praktijken uit Vlaanderen en Nederland. We spraken erover met Tine Bergiers van VDS, Peter Bosschaert van De Ambrassade en Wouter Vanderstede van Kind & Samenleving. Die laatste organisatie is sterk betrokken bij het project en een vaste waarde als het over jeugd en ruimte gaat.
Internationaal speelveld
De drie organisaties delen dezelfde visie en pleiten voor meer jeugdruimte in Vlaanderen. Uit die gedeelde zorg ontstond het project PLAYces. “De rode draad is de participatie van kinderen en jongeren”, legt Tine uit. “We geven hen een mandaat om ruimte mee vorm te geven. Om niet alleen in, maar ook mét een ruimte te kunnen spelen.”
Tine wijst ons op de krantenkoppen van afgelopen maand: ‘Kinderen spelen minder buiten’. “En in het artikel eronder lees je: ‘Schepen van gemeente X sluit speelterrein’. Dan denk ik: wat is de oorzaak en wat het gevolg? Het probleem is breder dan dat, maar dit toont wel welke macht volwassenen hebben om de invulling van publieke ruimte te bepalen. Die macht is onrechtmatig verdeeld. Daarom zijn projecten als PLAYces nodig.”
Een diverse groep Vlamingen en Nederlanders bezocht goede voorbeelden tijdens een meerdaagse uitwisseling. Het doel: elkaar ontmoeten en versterken. Op die manier vonden de deelnemers een gemeenschappelijke taal om anderen te overtuigen van de meerwaarde om kinderen en jongeren te betrekken bij processen rond publieke ruimte.
De Nederlandse partner werd bewust gekozen. “We spreken dezelfde taal en niet alleen letterlijk”, legt Tine uit. “Dankzij de gelijkaardige context in beide landen, kunnen we sneller overgaan naar de inhoud.” Ondanks die gelijkenissen, blijken ook de verschillen enorm leerrijk. Op vlak van participatie staat Vlaanderen bijvoorbeeld verder, op het domein van mobiliteit wordt dan weer veel geleerd van Nederlandse praktijken. “Het internationale aspect heeft een duidelijke meerwaarde”, benadrukt Peter.
Leuker dan volwassenen
Vernieuwing van publieke ruimte gaat vaak gepaard met een participatietraject met de buurtbewoners. De intentie om ook gericht kinderen en jongeren daarbij te betrekken, werd de laatste jaren groter. Het kan echter beter, zeker in de hardere sectoren. Tine: “Voor de studiereis hebben we daarom bewust een groep samengesteld uit verschillende sectoren. Zo was bijvoorbeeld ook het Departement Omgeving aanwezig.”
“We willen alle actoren bij een ruimtelijk proces overtuigen van de meerwaarde van kinder- en jongerenparticipatie”, legt Peter uit. “PLAYces is daarom vooral een verhaal van iederéén betrekken. Niet alleen de jeugdconsulent, maar ook de omgevingsambtenaar.”
Wouter: "Eén van de betere argumenten is dat zo'n participatietraject gewoon leuker is met kinderen en jongeren dan met volwassenen. (lacht) Jongeren zijn positiever ingesteld en ze komen minder met een eigen agenda. Ze houden ook rekening met meer dan enkel hun eigen noden. Kinderen en jongeren zien heel veel." Tine vult aan: "Ze denken bijvoorbeeld aan hun oma die meekomt naar de speeltuin en een bankje nodig heeft om op te zitten. Volwassenen kijken enger naar publieke ruimte."
"We willen vooral een positief verhaal brengen en de nadruk leggen op de mogelijkheden", legt Peter uit. "We willen tonen welke meerwaarde het jeugdwerk kan bieden bij dit soort 'hardere' processen", aldus Tine. "Op vlak van inclusie kan jeugdwerk bijvoorbeeld een grote rol spelen", zegt Peter. Wouter sluit zich daarbij aan: "Als het gaat over het betrekken van kinderen en jongeren uit een maatschappelijk kwetsbare context, is er al veel verbetering. Maar er blijven nog stappen te zetten." Volgens Peter ligt daar net een troef van het jeugdwerk: "Jeugdwerkorganisaties kennen de moeilijk te bereiken doelgroepen al. Ze nemen de tijd om echt aanwezig te zijn op de plaatsen waar het over gaat. "Tine haalt Parc Ouest van Toestand vzw aan als inspirerend praktijkvoorbeeld.
Weg van de jeugdreservaten
Samenwerken over sectoren heen, is van vitaal belang. Dat blijkt ook uit het type ruimtes dat aan bod komt in de inspiratiegids.
Peter: "Er kan veel vallen onder ruimte voor kinderen en jongeren." Tine: "Het gaat niet alleen over speeltuintjes, maar ook over de straat of een parking. In Nederland bijvoorbeeld zijn de trottoirs veel breder. Voor kinderen zijn die onderdeel van de speelruimte geworden. Als je bij vernieuwing van publieke ruimte daarin gaat knippen, beperk je hun speelruimte."
Peter: "Publieke ruimte moet niet enkel voor kinderen en jongeren worden ingericht. We willen juist weg van de 'jeugdreservaten'. Kinderen en jongeren inspraak geven, is dus even belangrijk bij projecten waar geen speeltuin aan te pas komt." Wouter: "Mobiliteit is voor kinderen en jongeren bijvoorbeeld heel belangrijk, maar politiek moeilijk. Een grote onveilige gewestweg kan echt een barrière zijn voor tieners." Peter: "We zijn volop aan het werken om bijvoorbeeld ook Departement Mobiliteit mee te krijgen. Er zitten nog te veel schotten tussen verschillende sectoren en diensten."
Op dat vlak leerden de Vlaamse organisaties heel wat van Nederland. Tine: "Dat is kritiek voor onszelf. Wij zeggen altijd: spelen is om te spelen, laat andere functies daarbuiten. In Nederland slagen ze erin om veel meer doelen te linken aan spelen en zo ook meer sectoren mee te krijgen. Dat zorgt dan weer voor hogere budgetten voor een project: niet enkel vanuit jeugd, maar ook vanuit milieu of gezondheid."
Toekomst
Wat de toekomst brengt? Zowel uitdagingen als dromen, blijkt uit het gesprek. Kind & Samenleving wil graag nog meer inzetten op tieners en jongeren. "Ruimte voor jongeren is moeilijker dan voor kinderen. We willen graag recht doen aan de participatie van jongeren, niet enkel kinderen", aldus Wouter.
Idealiter wordt het idee van kinderen- en jongerenparticipatie bij processen van publieke ruimte bestendigd in beleid. Peter: "Het staat al in de beleidsnota van De Ambrassade en in het Jeugd- en Kinderrechtenbeleidsplan (JKP). Een van de vier prioriteiten van het JKP 2025-2029 is ruimte om jong te zijn."
De macht om de invulling van publieke ruimte te bepalen is onrechtmatig verdeeld.
PLAYces leeft duidelijk verder. De deelnemers aan het studiebezoek vragen al om een vervolg en vanuit internationale hoek komen er vragen voor een vertaling van de inspiratiegids.
Tekst: Laure Lambert
Beeld: Tuur Tisseghem
Dit artikel verscheen in de 14de editie van het SCOOP-magazine.