De rol van digitalisering in jeugdwerk en non-formeel leren in de context van de Europese jeugdprogramma's

De COVID-19 crisis en de verschillende lockdowns hebben jeugdwerkers verplicht om snel over te schakelen van jeugdwerk naar digitaal jeugdwerk. Dit onderzoek neemt goede praktijken, uitdagingen en opportuniteiten van digitaal jeugdwerk onder de loep.

Er is weinig bekend over wat beste praktijken binnen digitaal jeugdwerk definieert, welke uitdagingen jeugdwerkers ervaren, of welke opportuniteiten zij zien. Het RAY DIGI onderzoeksproject bekijkt in welke mate het Europese jeugdwerk gedigitaliseerd is, wat de kansen en obstakels zijn binnen het digitaal jeugdwerk en hoe jeugdorganisaties en jeugdwerkers ondersteund kunnen worden.

Hieronder lees je een samenvatting van het onderzoek en kan je het rapport zelf doorbladeren. Lees ook het interview met Lotte Vermeire, die het onderzoek leidde.

Samenvatting van het onderzoek

Het onderzoek is gebaseerd op een tweeledige aanpak. Ten eerste wordt een quickscan gebruikt om alle praktijken te inventariseren, door middel van deskresearch. Ten tweede worden diepgaande case studies van de goede praktijken gerealiseerd via diepte interviews met de projectteams en participanten.

De vier good practices richten zich op sociale en digitale inclusie en participatie van jongeren. Er is aandacht voor digitale en STEM-geletterdheid. De focus ligt niet uitsluitend op het aanleren van digitale competenties, maar eveneens op hoe deelnemers zich actief kunnen positioneren in een gedigitaliseerde samenleving. Actief, digitaal burgerschap/participatie en innovatie in de samenleving staan dan ook voorop bij de vier projecten. Volgens de respondenten moet in digitaal jeugdwerk aandacht worden besteed aan het bevorderen van de kritische en proactieve houding van de deelnemers. Datageletterdheid, vooral met betrekking tot online privacy, AI en ethiek, moet volgens de respondenten prioriteit krijgen binnen onderwijs, om ervoor te zorgen dat jongeren hun weg kunnen vinden in een gedataficeerde maatschappij en kunnen leren omgaan met zowel de positieve en negatieve impact van data. 

Bovendien blijkt uit de resultaten dat non-formeel onderwijs/jeugdwerk, door de speelse en actieve aard ervan, een goede omgeving is om digitale competenties te ontwikkelen. De flexibiliteit, veelzijdigheid en openheid van jeugdwerk biedt de mogelijkheid om aandacht te besteden aan en voortdurend evoluerende omgeving van jongeren, waardoor snel kan worden ingespeeld op nieuwe trends of behoeften, zoals de digitalisering en dataficatie van de samenleving. Bijgevolg zou non-formeel onderwijs een uitstekende partner voor het formeel onderwijs kunnen zijn wanneer het gaat over de ontwikkeling van digitale competenties. De respondenten vermelden dat jeugdwerkers digitale ondersteuning zouden moeten kunnen bieden aan jongeren, maar de digitale geletterdheid van jeugdwerkers blijkt een obstakel. De geïnterviewde projectteams zetten trainingen op en creëren materiaal voor jongerenwerkers, omdat zij een grote kloof zien tussen de behoeften van jongeren en de capaciteiten van jeugdwerkers, die vaak onzeker zijn over hun eigen digitale competenties. Er is niet alleen behoefte aan opleiding van de trainer, maar ook aan kennisdeling en samenwerking om op elkaars expertise voort te bouwen.

Ten slotte moet digitaal jeugdwerk bottom-up werken door uit te gaan van de behoeften, talenten en inbreng van jongeren. Dit betekent dat het belangrijk is voorafgaand onderzoek te doen alvorens activiteiten op te zetten en aan het eind van het project een effectiviteitsevaluatie uit te voeren, om voortdurend aan te passen aan de behoeften en ervaringen van jongeren.

Doorblader het rapport

Info

Dit onderzoek werd uitgevoerd door Lotte Vermeire en Prof. Dr. Wendy Van den Broeck aan imec-SMIT, Vrije Universiteit Brussel, in opdracht van JINT, in samenwerking met het Departement van Jeugd, Cultuur en Media.